In de kijkerSpecial Stories

ROADTRIP In het spoor van Mikkola en Mouton (deel 3)

By 17 januari 2021No Comments

IN 1991 VIERDE IK TIEN JAAR QUATTRO IN DE AUTOSPORT DOOR SAMEN MET FOTOGRAAF PATRICK MEGANCK IN EEN AUDI QUATTRO HET PARCOURS VAN DE RALLY VAN MONTE CARLO TE GAAN VERKENNEN. DEEL 3 BEGINT MET EEN ONTBIJT MET HANNU MIKKOLA EN EINDIGT BIJNA IN EEN RAVIJN.

De derde en laatste dubbele pagina van het artikel van toen. Helaas zijn de originele foto’s verdwenen, daarom proberen we de sfeer op deze manier te doen herleven. Met dank aan Audi.

Woensdag 15 januari 1991. Bij het ontbijt schoven we aan bij Hannu Mikkola, maar die had er die ochtend weinig zin in. “De Quattro, oef dat is lang geleden. Daar weet ik nog maar weinig van.” Gelukkig druppelden de herinneringen even later aan het tempo van een koffiefilter door. “Toen ik de auto voor het eerst reed, was het nog maar een prototype met een standaard motor. Ik was toen al verrast door de formidabele grip van de auto. In 1980 reed ik voor Ford en Mercedes en was ik tegelijkertijd bij de ontwikkeling van de Quattro betrokken. En toen kwam de Algarve Rally, waar we 0-wagen reden. Twee jaar eerder had ik daar met Gilbert Staepelaere in een Escort  gereden en op precies dezelfde proef van toen, was ik met de Quattro 50 seconden sneller. Dat is wellicht mijn mooiste herinnering aan de auto. De bevestiging dat je de juiste keuze hebt gemaakt.”

Het duurde toen nog wel even voor Mikkola dat goede gevoel kon omzetten in een overwinning. “De Rally van Monte Carlo startte perfect. Er lag sneeuw en na vijf proeven had ik al drie minuten voorsprong. Maar eens het droog werd, hadden we problemen met de te kleine remmen. Daar is alle ellende toen begonnen, problemen die pas stopten toen we finaal van de weg gingen.” Het verhaal deed toen de ronde dat Mikkola tussen het gaspedaal en het rempedaal trapte, maar dat had de Fin helemaal uit zijn geheugen gewist. “Feit is dat het allesbehalve een gemakkelijke start was. Niet alleen de auto was nieuw, ook het team miste ervaring en moest nog alles leren. Pas in ’83 en ’84 waren we op ons best. Voordien kenden we te veel kleine probleempjes, die ons van betere resultaten weerhielden.”

 

Na het gesprek met Mikkola, gingen we Marc Duez nog even gedag zeggen. Toen hij ons oorspronkelijke plan hoorde om alle klassementsproeven in de juiste volgorde te rijden, schudde hij het hoofd. “Onmogelijk! De Monte Carlo is niet gemakkelijk te verkennen. Wij verkennen van 3 tot 20 januari en doen alle proeven zes tot zeven keer. Wij verkennen alleen, Sainz en Scharz blijven samen. Behalve ’s nachts, dan vertrekken we in groepjes en sluit de ene de weg af voor de andere”, deed Marc de werkwijze van het Toyota-team uit de doeken. Een raadde hij ons aan er de mooiste proven uit te pikken.

We spraken af om elkaar twee dagen later in Saint-Jean-en-Royans terug te zien. Maar eerst gingen we naar Sisteron. Voor we daar konden starten  klonk weer dat akelige geluid  dat we de dag voordien aan het einde van de derde klassementsproef hoorden. Het bleek een steentje te zijn, dat tegen de remschijf schuurde. Na een minuutje peuteren, was alles weer in orde en konden we starten.  Sisteron was geen gemakkelijke proef. Zeer onoverzichtelijk en met razendsnelle stukken. Halverwege werden we ingehaald door Duez en Wicha. En bij het naderen van de finish was er eindelijk … ijs! Zelfs de winterbanden van de Quattro hadden het lastig. Kom hier op slicks aan en je hebt geen schijn van kans. Terwijl de bodem van de auto over de bevroren sneeuw schuurde, probeerden we in de sporen te blijven, waar net iets meer grip te vinden was.

Via de klassementsproeven van Clumanc (KP 14) en Pont de Villaron (KP 15) zetten we koers naar Saint-Sauveur-sur-Tinée, een klassieker van de laatste nacht. Waar de eerdere proeven er mooi maar verraderlijk bijlagen – schaduw betekent altijd ijs – kregen we hier de nodige sneeuwplekken voor de wielen. Maar ook hier lagen de wegen overwegend droog, zij het wel omzoomd met sneeuw. Vanaf de aankomst van deze proef in Beuil, daalden we af naar Monaco, voor de traditionele foto’s aan de haven en aan het casino. Daar kregen we het aan de stok met een politieagent. Niks erg, want terwijl ik met handen en voeten de bedoeling van onze stop probeerde uit te leggen, had Patrick al een half rolletje volgeschoten. .

Na onze ontmoeting met de Monegaskische arm der wet namen we de autosnelweg richting Aix-en-Provence. Een rit van een kleine 300 kilometer, tijdens dewelke we de kwaliteiten van de Audi Quattro als reiswagen leerden waarderen. Ons einddoel die dag was Aubenas, maar voor we daar waren, lagen nog één van de legendarische Ardèche-proeven op ons te wachten: Le Moulinon! Het was intussen balkdonker, wat goed uitkwam. In de rally werd deze proef ook ’s nachts gereden. In Saint-Pierreville gingen we van start, richting Col des Quattro Vios. Ondanks enkele verraderlijke bochten, ging het razendsnel, waarbij Patrick me wijselijk aanraadde om de bochten toch niet te veel af te snijden. Naast ons gaapte immers een verdacht  zwart gat. Op de col lag er sneeuw, wat het aannemen voor een T-situatie een beetje link maakte. Daarna verlieten we de hoofdweg en ging het richting Col de la Fayolle. Een kleine kilometer sneeuw, maar voor de rest verraderlijke sneeuwplekken. Het parcours werd steeds technischer. Snelle situaties werden steevast gevolgd door een haarspeldbocht over een bruggetje. En toen werd het even heel warm! Bij het aannemen van een scherpe, smalle bocht kwamen we in het grind terecht. Vier korte remstoten en insturen, het lukte net. Na een diepe zucht van verlichting werd de afdaling naar Antraigues ingezet, tijdens dewelke we door het centrum van de dorpjes Saint-Joseph-des-Bancs en Genestelle reden. Die lager er op dat moment uitgestorven bij, maar hoe het er hier tijdens de rally aan toe zou gaan, liet zich raden.

Zelfs wanneer je naar onze normen snel over het parcours rijdt, krijg je per kilometer meer respect voor de coureurs en hij bijrijders. Zelden gaat het een meter rechtdoor en elke bocht kan een valstrik zijn. Goede notities zijn hier van levensbelang. Dat had Juha Piironen, de co-rijder van Juha Kankkunen, ons bij het ontbijt bevestigd. “Alleen wanneer er overal sneeuw ligt, kan je gaan improviseren. In het andere geval moet je perfecte notities hebben, anders kan je het vergeten.” Pech dus voor de Finnen, die niet zo’n trainingsbeesten waren zoals Auriol of Sainz.

Wordt vervolgd … deel 4 begint in een wereld die sinds enkele uren in oorlog is. Enkele uren later is het Lancia-teamboss Nino  Russo die ons de oorlog verklaart.