In de kijkerTests

ROADTRIP McLaren to Monaco (deel 2)

By 26 juni 2020No Comments

Bedankt Facebook om me eraan te herinneren dat het al acht jaar geleden is, dat ik kennismaakte met de McLaren MP4/12C. Niet door er even mee een blokje rond te rijden. McLaren nodigde me uit voor een rit van Woking naar Monaco. Of zoals zij het zelf noemden: The McLaren to Monaco Rally. In deel 2 rijden we van Courcelles-sur-Vesle naar Menthon-Saint-Bernard.

Vandaag staat serieuzer werk op de agenda. Van het Chateau de Courcelles rijden we eerst naar Reims. Naar wat overblijft van het circuit van Reims-Gueux, waar Bruce McLaren in 1962 een F1-wedstrijd buiten kampioenschap won.

Sinds enige tijd is de site officieel beschermd en kunnen Les amis du circuit de Reims-Gueux hun restauratiewerk stap voor stap verderzetten. Het resultaat van hun monnikenwerk is vandaag al indrukwekkend. De oude pitlane en de tribunes vormen een schitterend decor voor een fotosessie. En uit respect voor racers als Moss, Fangio, Collins en McLaren natuurlijk gaan we hier niet treuzelen. Dit is ook de uitgelezen plek om de launch control uit te proberen. Knop induwen, eerste versnelling inschakelen, volgas geven, rem los en wegwezen. Razendsnel wegwezen. Het belangrijkste verschil met de F1-collega is dat de Formule 1-motor tot 10.000 toeren wordt opgezweept. Hier volstaat 3.200 toeren, voldoende om de turbo’s voldoende druk te laten opbouwen. De versnellingsbak, die intussen in manueel staat, begeleidt de acceleratie naadloos. Deze door McLaren ontworpen en ontwikkelde en door de Italiaanse specialist Graziano gebouwde zevenbak is uitgerust met de zogenaamde pre-cog-functie. Bij het opschakelen gaat de bak met dubbele koppeling de volgende versnelling al klaarzetten. Wanneer de chauffeur op dat moment beslist om toch terug te schakelen, ontstaat en voelbare responstijd. Met de pre-cog kan door licht tegen de schakellepel te duwen een lagere versnelling worden klaargezet. Een functie die vooral op een circuit tot zijn recht komt, was ons uitgelegd. Maar was dit geen circuit? Het vraagt wel een beetje concentratie. Maar bij het aanremmen naar het ronde punt, waar ooit de bocht van Gueux was, lukt het. Naadloos en vliegensvlug. Indrukwekkend, maar ik moet toegeven, dat ik het systeem tijdens de hele verdere rit niet meer heb gebruikt. En evenzeer onder de indruk was van de werking van de versnellingsbak. Die alleen bij kleine aarzelingen van de rechtervoet aan lage snelheid heel even in verlegenheid kan worden gebracht.

Op het circuit werden zowel de motor als de ophanging in track-modus gezet. Wanneer we na de fotosessie de snelweg richting Troyes oprijden, gaat de ophanging terug in normale modus. Van de motor blijf ik af. Het geluid van de V8-biturbo is immers zo mooi, dat het niet gaat vervelen. Bovendien sterft het eens op snelheid een beetje weg, zodat een normale conversatie aan boord mogelijk is.

Voorbij Troyes volgen we een tijdje de N71, die langs de Seine loopt, om vervolgens de D928 op te draaien. Een weg waarvoor je bijvoorbeeld een McLaren zou kopen. Vooral na Recey-sur-Ource, waar de D928 overgaat in de D959. In een opvolging van snelle, overzichtelijke bochten en venijnigere exemplaren demonstreert de auto voor het eerst zijn mogelijkheden. Het gaat bij wijlen onfatsoenlijk snel, maar op geen enkel moment is er de indruk dat de auto zijn chauffeur in verlegenheid wil brengen. En dat terwijl ik de afstellingen, sinds we enkele uren geleden de snelweg opreden, niet veranderd heb. Om maar te zeggen dat de ophanging in zijn comfortabelste afstelling zeker geen natte dweil is. Ideaal eigenlijk voor wie snel wil rijden en de auto bij het insturen wil voelen bewegen. Schakel ik verder naar sport, dan doet hij de job net iets strakker. Dat ik onder de indruk ben, is een understatement. En nog even dit. Dit is een door toeristen over het hoofd gezien stukje Frankrijk, dat echt wel de moeite loont.

Het is met spijt in het hart dat ik het stuur aan mijn collega afsta. Die mag de Col de la Faucille bestormen. Waar we een voorproefje krijgen van wat de volgende ochtend in petto heeft. Koud, regen, mist. Helaas is na de col de pret voorbij. We scheren langs Genève en mengen ons in het drukke verkeer tot Menthon-Saint-Bernard, onze eindbestemming aan de over van het meer van Annecy. In de auto gaat het gesprek intussen over sportwagens. Mijn Franse collega, die al eerder met de McLaren reed, kiest resoluut voor de MP4-12C. Ik twijfel nog. Het compromis met de naam Porsche 911 Turbo lijkt me nog net iets aantrekkelijker. ’s Avonds bij het diner blijkt dat nog andere collega’s die mening zijn toegedaan.

Wordt vervolgd … dag 3 lijkt wel een dag met vier seizoenen …