In de kijkerTests

Ford Ranger Raptor : bad boy!

By 27 mei 2020 No Comments

Een pick-up om razendsnel mee door het zand te stuiven, daar zaten we echt op te wachten. De wegen naar de containerparken zijn hier al wel een tijdje geasfalteerd! Maar, niet te snel oordelen! De Ford Ranger Raptor staat niet alleen beter zijn mannetje op het ruwere terrein, ook op bochtige wegen voelt hij zich beter op zijn gemak. 

Wat je moet weten:

  1. De Ford Ranger is de best verkopende pick-up in Europa. In 2019 reden er 52.500 de showroom uit.
  2. De Ranger is verkrijgbaar met cabines in verschillende maten. Ford noemt ze Enkele Cabine, Super Cabine en Dubbele Cabine.
  3. Alle versies zijn uitgerust met de 2-liter turbodiesel. In de minst krachtige versie, die met een enkele turbo is hij goed voor 170 pk. De biturbo levert 213 pk. Beide motoren worden gekoppeld aan een handgeschakelde zesbak of een tientrapsautomaat. De Raptor beperkt zich tot de automaat.
  4. De 213 pk sterke Raptor spurt in 10,5 seconden van 0 nar 100 km/u en haalt een top van 170 km/u.
  5. De zuinigste Ranger pocht met een normverbruik van 7,0 l/100 km en een CO2-uitstoot van 184 g/km. De Raptor met zijn automaat tikt af op 8,9 l/100 km en een CO2-uitstoot van 233 g/km.
  6. De Ford Ranger is er vanaf 28.020 euro. Voor de Raptor, die uitsluitend met dubbele cabine wordt geleverd, betaal je 48.120 euro.
  7. Er zijn drie uitrustingsniveau’s van de Ranger : XLT, Limited en Wild Track. De Raptor is een buitenbeentje, net als de Ranger Thunder, waarvan er slechts 4.500 van worden gebouwd. Die heeft dezelfde motor als de Raptor, maar beperkt zich eerder tot de looks.
  8. Meer info vindt u op www.ford.be

En dan nu, wat je echt wilt weten:

Atleet of patser?

Een Ford Ranger Raptor kopen om discreet in rond te rijden, is ongeveer hetzelfde als je inschrijven voor Temptation Island met de bedoeling om ongezien je partner horens te zetten. Maar toch zou ik de Raptor geen patser noemen. Ten eerste is hij bij Ford Performance gepasseerd, wat hem op zich al de nodige ‘street credibility’ geeft. Al weet ik niet of dàt voor een offroader pur sang een compliment is. Want dat is de Raptor uiteindelijk : een voor het snelle zandwerk geprepareerde pick –up. Hiervoor werd de geometrie van het onderstel veranderd, werd de achterophanging versterkt met een Watt-stangenstelsel en werden Fox-raceschokdempers met PSD- of Position Sensitive Damping-technologie gemonteerd. Die zorgen voor een hogere dempkracht aan het einde van de veerweg. Eén en ander zorgt er ook voor dat de Raptor 51 millimeter hoger en 150 millimeter breder op zijn poten staat. Of beter gezegd zijn BF-Goodrich-banden maatje 285/70 R17, schoeisel dat de bredere wielkasten rechtvaardigt. Tenslotte zorgen geventileerde schijven op de vier wielen, vooraan met dubbele zuigers, achteraan met enkele, voor de nodige remkracht. Allemaal functionele aanpasingen, net als de meeste optische retouches als daar zijn de aangepaste bumpers, het specifieke radiatorrooster, de versterkte bodemplaat en de speciale treeplanken met afvoergoten. Dus, om op de vraag te anwoorden, ik vind de Ford Ranger Raptor eerder een atleet … met patsertrekjes!

Recht naar huis of ‘the long way home’?

Een normale pick-up dient bij Masta om naar het containerpark en vervolgens zo snel mogelijk terug naar huis te rijden. Voor de Ford Ranger Raptor liggen de zaken een beetje anders. Deels noodgedwongen, want om alle mogelijkheden van de sportieve pick-up te testen dringt zich een lange rit op. Zeker wanneer je de Baja-modus, de afstelling om snel door het zand te klieven, naar waarde wil schatten, is het even zoeken. Ik dacht even aan een alternatieve route van De Panne naar Knokke-het-Zoute, met hier en daar een jump over een golfbreker. Een plan dat ik om redenen buiten mijn wil moest afblazen. Met andere woorden, die Baja-modus, genoemd naar de beroemde Amerikaanse offroadrace, zal voor ons wellicht zo’n item blijven om aan de toog mee op te scheppen.

Waar je ook kan mee opscheppen, is het interieur van de Raptor. Dat verschilt nauwelijks van dat van een gewone Ranger, op twee zeer belangrijke details na: de prima zittende sportstoelen en het perfect in de hand vallende stuur. Voor mij is een perfecte zithouding de basis van alle rijplezier. Maar hoe je plezier kan beleven in een auto die bij voorkeur over de weg zwalpt als een reddingssloep bij windkracht 7, blijft een terechte vraag. Wel, dat valt in de Raptor reuze mee. Voor een pick-up stuurt hij verrassend direct en in het bochtenwerk word je niet langer zeeziek achter het stuur. Niet dat de wind volledig is gaan liggen. Gekrompen tot windkracht 3, zou ik zeggen.

Waar de wind bij wijze van spreken wel harder blaast, is in de motor. Aan het 2-liter dieselblok werden twee turbo’s gevezen met als resultaat een vermogen van 213 pk en een maximum koppel van 500 Nm. Een aangenaam krachtige motor die zowel geschikt is voor lange ritten (hij is rustig, zelfs bij koudstart) als voor het staffere terreinwerk. Want we mogen niet uit het oog verliezen dat daar de echte roeping van de Raptor ligt. Met een keuze uit rijmodi als ‘Normal, Sport, Grass/Gravel/Snow, Mud/Sand en Rock’ ben je goed gewapend voor het terrein. Ford houdt vast aan de inschakelbare vierwielaandrijving met lage en hoge overbrenging en voegt aan het arsenaal ook nog een vertrek- en afdaalhulp toe, waarvan je de snelheid via de cruise control kan instellen.

Op een parcours samengesteld uit stukken glad asfalt en porties met stenen bezaaide onverharde wegen, was het vooral lol trappen in achterwielaandrijving. Mits een beetje kennis van zaken laat de Raptor zich mooi voor de bocht plaatsen en is het jammer dat de sperwerking op het achterdifferentieel alleen maar dient voor het trage terreinwerk. Bij een snelheid van 30 km/u wordt de sperwerking opgeheven. Met andere woorden, die dient alleen maar om je in moeilijke omstandigheden uit de penarie te helpen, bijvoorbeeld om kruisende bruggen te vermijden. Maar even terug naar het snelle werk, waar de motor en de tientrapsautomaat zich uitstekend op elkaar ingespeeld tonen.

Bij het echte terreinwerk toont de Raptor dat de gedane aanpassingen van hem een merkbaar betere terreinwagen maken. Op de eerste plaats dankzij de verhoogde bodemvrijheid, in dit geval 28,3 centimeter, en de efficiëntere banden. Tenslotte is de wetenschap dat de auto onderaan beter beschermd is, altijd mooi meegenomen. Kortom, de Ford Ranger was al een erg veelzijdige auto, net zoals de meeste pick-ups, maar in zijn Raptor-uitvoering doet hij er nog een flinke schep rijplezier bovenop. Het wordt dus ‘the long way home’.

Van pomp naar pomp?

Niks voor niks, dat weten we ondertussen al wel. Zo ook bij de Ford Ranger Raptor, die met zijn 48.210 euro zo’n frisse 11.000 euro duurder is dan de populaire Ranger Wild Track. Daar krijg je inderdaad wel behoorlijk wat voor in de plaats, maar je moet ook inleveren. Meer bepaald aan laad- en sleepvermogen. De schroefveren zijn minder stevig dan de bladveren en daarom daalt het laadvermogen tot 620 kilogram, ongeveer 400 minder, en het sleepvermogen tot 2.500 kilogram, wat een ton minder is.

Ford claimt voor de Ranger Raptor een gemiddeld verbruik van 8,9 l/100 km en een CO2-uitstoot van 233 g/km. Maar reken met een vlotte rijstijl toch maar op iets in de buurt van de 11 l/100 km.

Masta-approved? 7,5/10

Dat is voor een pick-up een uitzonderlijk hoge score. Maar de Ranger Raptor is dan ook ‘gene gewone’. Wat hij verliest aan laad- en sleepvermogen compenseert hij ruimschoots met een extra dosis rijplezier … op alle terreinen. En ja, je kan er nog altijd mee naar het containerpark rijden.