Special Stories

1970 : Dramatische Grote Prijs van Nederland

By 21 juni 2020 No Comments

21 juni 1970. Jochen Rindt wint met zijn eerste Grote Prijs met de vooruitstrevende Lotus 72. Hij gaat de March 701 van Jackie Stewart en de Ferrari 312 van Jacky Ickx vooraf. Helaas wordt de wedstrijd ontsierd door het dodelijke ongeval van de Brit Piers Courage.

Na de afgang op het circuit van Francorchamps, was Colin Chapman met het voltallige Lotus-team al maandag voor de wedstrijd naar Zandvoort afgezakt om de nieuwe Lotus 72 op punt te stellen. Een monnikenwerk dat zijn vruchten afwierp, want Rindt lukte een onwaarschijnlijke recordtijd van 1’17″4, waarmee hij het bestaande ronderecord verpulverde. De bevestiging dat Colin Chapman het met zijn wigvormige bolide met de binnenboordremmen weer eens bij het rechte eind had.

Jackie Stewart met zijn March 701 en Jacky Ickx met zijn Ferrari 312 stonden machteloos tegenover de Lotus-overmacht. Of beter gezegd, de overmacht van Rindt, die 77 van de 80 ronden aan de leiding reed. Zijn ploegmaat John Miles eindigde achtste op twee ronden van de Oostenrijker.

Pedro Rodriguez, de winnaar van de Grote Prijs van België, verging het nog slechter. Hij eindigde met zijn BRM 153 tiende. François Cevert, die zijn debuut maakte als ploegmaat van Jackie Stewart, moest zijn March 701 aan de kant zetten.

 

Het was in de 22ste ronde dat de wedstrijd een dramatische wending nam. Aan de achterkant van het circuit steeg de gevreesde zwarte rookkolom op, het teken dat het ergens fameus mis was gegaan. Onmiddellijk was het koppen tellen, waarna bleek dat Jo Siffert en Piers Courage ontbraken. De eerste berichten die in de pitlane de ronde deden, waren dat de Zwitser en de Brit in elkaar waren gehaakt, maar dat beide ongedeerd waren.

De waarheid was helaas zoveel keren wreder. Siffert had zijn March met motorproblemen na het Scheivlak aan de kant gezet, terwijl Courage met zijn De Tomaso van het team van Frank Williams bij Tunnel Oost van de baan was geraakt. Daarbij was de auto over de kop gegaan en ontploft. Een poging om de ongelukkige coureur te redden mislukte. Courage was op slag dood.

Piers Courage. Als je als schrijver een naam voor een roman- of filmheld zou moeten bedenken, kon je er geen betere verzinnen als Piers Courage. Courage werd in 1942 met een zilveren lepel in de mond geboren. Zijn vader stond aan het hoofd van de grote Courage-brouwerij en als oudste zoon was Piers de eerste in lijn om zijn vader op te volgen. Om hem optimaal op zijn leven als zakenman voor te bereiden, liep hij onder andere school in het prestigieuze Eton College.

Courage senior stond, in tegenstelling tot wat je zou kunnen denken, niet negatief tegenover de plannen van zoonlief. In 1962 kocht hij hem een Lotus Seven in kitvorm, waarbij hij er van uitging dat het bouwen van de auto een goede les zou zijn voor zijn zoon, die niet bekend stond als een geduldig iemand. Dat illustreerde zich ook in zijn eerste seizoen als racer, waarin de Lotus Seven meer achterstevoren stond dan vooruit reed.

Nadat hij zich kort terug op zijn studies had geworpen, keerde hij terug naar de autosport en stichtte samen met Jonathan Williams (geen familie van) het Anglo Swiss Racing Team, waarmee hij met een Lotus 22 in de Formule 3 debuteerde. Courage toont nu wel zijn talent en schopt het in 1965 tot meest beloftevolle Britse coureur, wat hem in 1966 een Lotus 41 fabriekswagen opleverde. Datzelfde jaar trouwt hij met Lady Sarah Curzon.

In 1968 stoot hij door naar de Formule 1, waar hij na de dood van Jim Clark door Chapman wordt benaderd. Courage slaat het aanbod af en blijft bij BRM. In 1969 gaat hij in zee met Frank Williams. Samen kopen ze een Brabham BT24, die al snel wordt opgevolgd door een BT 26. Tweede plaatsen in Monaco en Watkins Glen waren de hoogtepunten van het seizoen.

Voor 1970 valt de keuze op de gloednieuwe De Tomaso, waarvan het jonge team de ontwikkeling op zich neemt. De nieuwe auto blijkt helaas te zwaar en in een poging gewicht te besparen, wordt overvloedig gebruik gemaakt van magnesium. De verklaring waarom er in Zandvoort, na de ontploffing van de auto geen blussen meer aan was.

Volgens getuigen was Courage op slag dood. Een afgebroken voorwiel had hem vol op het hoofd geraakt en zijn helm afgerukt, die samen met het wiel uit de vuurzee kwam gerold. Courage was 28 en liet twee jonge zonen achter.